Steenkolen Engels: op vakantie én op ‘t werk

Gepubliceerd op: 30-11-2018

Als Hollanders op vakantie gaan, zijn ze vaak goed voorbereid: de vlucht en het hotel zijn geboekt, er is vervoer geregeld van het vliegveld naar de accommodatie en ze hebben voor de zekerheid een reisverzekering afgesloten. En met de taal komt het meestal ook wel goed. Ook al moeten ze het met handen en voeten uitbeelden. En dat zorgt nog weleens voor hilarische situaties. Met deze uitspraken bijvoorbeeld:

1. But the riceleader said we had an outsight on the sea

2. My compliments to your cock for the lovely diner

3. Can you give me a tip?

4. Can you wise me the way?

5. Do you have peanutcheese?

6. Is this fish or flesh?

7. We would like to rent a topless car

8. Where can we put our mail on the bus?

9. Can you set us of right for the door?

10. Did everybody have it to their sin?

11. Where can I buy an uploader for my telephone?

12. I speak flooding English!

13. I would like to have a patat war

14. I really need to turn a laundry

15. Where can I strike my shirts?

16. At what time can we go on table?

17. The wine is up

18. Can I get the map of the dessert?

19. We would like to go on step

20. What a dog weather

21. From here to Tokyo

22. Don’t take me in the mailing!

23. For me a mirroregg please

De 5 meest gemaakte fouten in zakelijke e-mails

Maar ook op de werkvloer kunnen we er wat van. Alleen is dat meestal wat minder lachwekkend. Tenminste, voor jezelf dan. Want je wilt natuurlijk wel gewoon serieus worden genomen. Uiteraard hebben reisleiders en hotelmanagers het Engels goed in de vingers. Maar wanneer je op je werk niet vaak in het Engels hoeft te communiceren, dan is het echt niet zo gek dat er nog weleens een foutje tussendoor glipt. Een van de meest gemaakte fouten zit bijvoorbeeld in de volgende verschillen:

1. too of to

Too betekent te of ook. Zoals ‘At the moment it’s too busy at the airport.’ Of ‘I am going to that meeting, too.’

In andere gevallen gebruik je to: ‘I’m going to have lunch’ of ‘Is it possible to send me the information today?’

2. than – then

Than gebruik je in het geval van vergelijkingen. ‘During summer, the weather is better in Spain than in Ireland.’

Schrijf je then, dan betekent dat dan of toen. ‘And then we are going to London.’

3. your – you’re

Your is bezittelijk voornaamwoord: ‘Your flight is leaving in twenty minutes.’

You’re is de afkorting van you are: jullie zijn of je bent. You’re too late; Je bent te laat.

4. a - an
A en an betekenen allebei ‘een’, maar worden in een andere situatie gebruikt. A gebruik je wanneer het volgende woord begint met een medeklinker. Zoals ‘a suitcase’ of ‘a voucher’.

An zet je voor een woord dat met een klinker begint, of klinkt! Zoals ‘an office’ of ‘it will take an hour’.

5. it’s – its

It’s is de afkorting van it is: het is. Maar het kan ook de verkorte vorm zijn van it has: het heeft. Bijvoorbeeld ‘It’s nice to meet you’ en ‘It’s been 1 hour since he left the office’.

En dan hebben we nog its. Dat is een bezittelijk voornaamwoord. Zoals ‘He has packed its suitcase.’

Zo, zitten die Engelse termen ook weer goed in je hoofd. Zin om nog meer te lachen en te leren? In het Nederlands kunnen we er ook wat van, kijk maar eens naar deze Taalvoutjes!



 

Waar heb jij een vraag over?

0
Je hebt aangegeven geen toestemming te geven voor het plaatsen van cookies. Sommige functies werken mogelijk niet zonder cookies. Mocht je jouw keuze willen wijzigen, dan kan dit altijd middels deze cookie-consent pop-up. Meer weten over de cookies die we gebruiken? Ga naar onze cookie-informatiepagina. Bekijk hier het privacybeleid van Reiswerk voor meer informatie over hoe wij met jouw persoonsgegevens omgaan.